‘Die werkhandschoen met mijn DNA had niets met drugsafval te maken’


Geplaatst in: Eindhovens Dagblad      journalist: Jan van Ommen

 ‘Ik kreeg tranen in mijn ogen van de penetrante chemicaliënlucht’

DEN HAAG/WAALRE(cerberus, 21 oktober 2021) – Twee bewoners van een woonwagenkamp aan de Broekweg in Waalre ontkenden gisteren bij de Raad van State met klem dat zij iets te maken hebben gehad met de opslag van chemicaliën voor de productie van synthetische drugs en het dumpen van chemisch afval op een bosperceel nabij het Gat van Waalre. De gemeente Waalre gelooft er niets van en wil de opruimkosten voor het drugsafval op drie bewoners verhalen. In totaal eist de gemeente 38.000 euro bestuursdwangkosten van de drie woonwagenbewoners. Tijdens de rechtszaak in Den Haag bleek dat één bewoner zich bij de gemeentelijke claim heeft neergelegd. Twee anderen hopen evenwel dat de Raad van... 


State korte metten met hun bestuursdwangrekening maakt. Volgens woonwagenbewoner Wesley van de Wouw heeft de gemeente Waalre geen poot om op te staan,’het enige bewijs dat de gemeente heeft is een werkhandschoen waarop mijn DNA is aangetroffen. Maar ik heb die handschoen een keer gebruik toen ik meehielp de rommel bij mijn buurman op te ruimen. Dat had niets met drugsafval te maken. Op die handschoen hebben ze ook nog DNA van twee anderen ontdekt. Dat is wel heel mager bewijs. Hetzelfde geldt voor de plastic tonnen die bij de berging stonden. Die waren nog van mijn schoonvader. Die staan er al ruim voor 2014 en werden gebruikt voor het opslaan van bestrijdingsmiddelen voor onkruid.’ Ook een andere bewoner ontkende met klem dat zij wist dat er in haar berging vaten met zoutzuur en methanol stonden. 

 

Reactievaten

 

Volgens de bewoonster had iemand gevraagd of ze de berging een paar dagen konden lenen voor de opslag van wat vaten en ander materiaal. Uiteindelijk trof de politie vaten met zoutzuur en methanol aan, plus een paar roestvrijstalen reactievaten en ander materiaal dat wordt gebruikt bij de productie van synthetische harddrugs. Verder trof de milieudienst een ernstige bodemverontreiniging in het achter het woonwagenkamp gelegen bosje aan. Ook daar werden zoutzuur- en methanolresten aangetroffen. Volgens de bewoners hebben anderen het afval gedumpt. Het zou zeker niet afkomstig zijn uit de berging van de bewoonster, die benadrukte nooit wat van de opslag  gemerkt te hebben. De gemeentewoordvoerster zei weinig te geloven van de verhalen van de bewoners,’ik ben daar zelf wezen kijken in en rond de berging met de vaten. Ik kreeg er tranen in mijn ogen van de penetrante en prikkelende chemicaliënlucht. Het stonk er verschrikkelijk. Ik kan niet geloven dat de bewoonster daar niets van gemerkt heeft. Want het washok zat er pal naast.’ De bewoonster ontkende in alle toonaarden,’ik heb helemaal nooit niets gemerkt van de vatenopslag. Ik wist nergens van.’ Uitspraak binnen enkele weken.

 



terug naar home      |      naar berichten Raad Van State